Grootzeil

Uit EurosWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Zeil dat op een zeilboot achter de mast wordt gevoerd. Het grootzeil wordt op alle koersen gebruikt. Aan de onderkant van het grootzeil (het onderlijk) bevindt zich een giek waar de schoot aan bevestigd is. Op sommige boten (zoals de Ebenhaëzer en polyvalken) bevindt zich aan de bovenkant van het grootzeil (het bovenlijk) ook nog een gaffel, hierdoor kun je een vierhoekig zeil voeren en krijg je dus meer zeil oppervlak.

Voorlijk

Het voorlijk kan in een groef gehesen worden, of er worden leuvers aan bevestigd die dan in een groef gehesen worden, of het grootzeil wordt in z'n geheel om de mast heen geschoven of het grootzeil zit met rakbanden om de mast heen vast. Dat laatste is op moderne schepen niet gebruikelijk, maar het wordt bijvoorbeeld bij de Ebenhaëzer gebruikt.

Onderlijk

Het onderlijk kan ofwel door een groef in de giek lopen, of alleen met de halshoek en schoothoek aan de giek bevestigd zijn (de zogenaamde losse broek).

Lijnen

Er zijn verschillende lijnen om het grootzeil mee te controleren:

  • De grootzeilval (of klauwval en piekeval bij een gaffeltuig). Hiermee wordt het zeil gehesen.
  • De schoot. Hiermee wordt de hoek van het zeil ten opzichte van de wind bepaald.
  • De giekneerhouder. Op ruime koersen heeft de giek de neiging omhoog te komen, waardoor de top van het zeil wegwaait (ook wel twist genoemd). Met een giekneerhouder wordt dat verkomen.
  • De onderlijkstrekker. Hiermee regel je de spanning op het onderlijk en daarmee de hoeveelheid bolling in het zeil.
  • Halstalie of Cunningham. Hiermee kun je de spanning op het voorlijk regelen, wat de plaats van de bolling veranderd. Op sommige boten gebeurt het regelen van de spanning met de grootzeilval.
  • Clew-tie-down. Hiermee wordt de schoothoek van het zeil (clew) bij de giek gehouden. Wordt op een Laser 2 ook wel het beunlijntje genoemd. Dit lijntje is noodzakelijk om het zeil bij de giek te houden als je de onderlijkstrekker viert en het zeil een losse broek heeft.
  • Reguleerlijntje. Hiermee kan je de spanning in het achterlijk van het zeil reguleren. Omdat niemand weet hoe het werkt en iedereen vergeet om het reguleerlijntje weer van spanning te halen na gebruik is het raadzaam om het niet te gebruiken tenzij je wel weet hoe het werkt. Verschillende types reguleerlijntjes zijn goed te gebruiken als woord bij een spelletje Hints.
  • Cunningham. Hiermee regel je de spanning op het voorlijk van het zeil. Dit kan ook met de grootzeilval, als je hierop voldoende kracht kan zetten (meestal met een lier). De Cunningham is meestal sneller te stellen, maar maakt het grootzeiloppervlak wel iets kleiner.

Reven

Op veel boten is het grootzeil te reven. Het zeiloppervlak wordt dan verkleind, waardoor er met meer wind nog steeds gevaren kan worden.