Betonning

Uit EurosWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Een westkardinaal op zee

Betonning is verzamelnaam voor alle markeringen op het water, zoals tonnen en palen.

Tonnen geven meestal een vaargeul of vaarroute weer. Vaargeultonnen zijn groen of rood, routetonnen vaak wit met rood. De tonnen en bakens die de vaargeulen markeren worden gezamenlijk aangeduid met de term "laterale vaarweg markering". Een ton die een ondiepte aangeeft wordt meestal een kardinaal genoemd. Een kardinaal is zwart met rood en moet je aan een bepaalde kant niet passeren. De tonnen die gevaarlijke of ondiepe punten aangeven worden gezamenlijk aangeduid met de term "cardinale vaarweg markering". Alle soorten tonnen, behalve de verkenningston en de belboei, kunnen worden gebruikt voor laterale en cardinale vaarwegmarkering. Er is ook een groep tonnen die voor de navigatie officieel geen betekenis hebben. Deze zijn geel en markeren meestal pijpleidingen of kabels. Deze staan wel in de kaart, en zijn doordat ze zo makkelijk van alle andere tonnen te onderscheiden zijn vaak even nuttig.

Er zijn verschillende soorten tonnen, onder andere:

  • Een gewone ton, met of zonder topteken. Deze zijn er in heel veel verschillende maten. De tonnen op de randmeren hebben ongeveer de grootte van een puts. De tonnen in de maasmond zijn ongeveer even groot als een E22.
  • Een sparboei is een langwerpige ton. Meestal een afgeplatte kegel die ongeveer 7 keer zo hoog is als de diameter.
  • Een drijfbaken is een kleine ton met een stok erop. Op de stok is een topteken gemonteerd. Deze wordt op het Wad veel gebruikt voor de wat kleinere geulen die verderop, in het ondiepste stuk, met prikken gemarkeerd zijn. Drijfbakens worden ook gebruikt om pijpleidingen en kabels te markeren.
  • Een steekbaken, prik of staak is een lange stok of tak die in de grond staat. Prikken worden geplaatst als de geul is drooggevallen en worden dan ook niet exact op de kaart weergegeven, hun locatie is preciezer dan de kaart. Bij een groene, spitse, prik worden de takken naar boven of naar beneden bijeen gebonden, een rode, stompe, prik heeft uitstaande takken. De meeste prikken hebben een reflecterend gekleurd bandje zodat je 's nachts bij het gebruik van een zaklamp de kleur makkelijk kunt zien. Door aanvaringen met boten kan een prik onbedoeld van de takken ontdaan worden, of breekt hij vlak boven het wateroppervlak af. Bepalen of het een rode of groene prik is, kan dan lastig zijn.
  • Een lichtton is een ton met een licht erop. Het type van de ton kan verschillen, bijvoorbeeld een sparboei of gewone ton. Belangrijke geulen zijn vaak met lichttonnen gemarkeerd. Meestal is maar de helft van de tonnen verlicht. Er ligt dan om en om een onverlichte en een verlichte ton. De lichttonnen liggen altijd iets verder naar binnen, zodat je als je van lichtton naar lichtton vaart, nooit tegen een onverlichte ton aan vaart. Bij langere lichttonnen wordt een reeks van een paar karakters herhaald. De eerste is dan bijvoorbeeld Quick, de tweede Iso 8s, de derde Iso 4s. Daarna volgt weer een reeks Q, Iso 8s, Iso 4s. Zo hoef je niet telkens op de kaart te kijken. De groene en rode tonnen die tegenover elkaar liggen hebben vaak het zelfde karakter.
  • Een verkenningston is voorzien van een groot topteken en een licht. Het karakter is meestal een morse letter. De kleur van het licht is wit. De ton is rood/wit gestreept.
  • Een belboei wordt in Nederland vrijwel niet gebruikt. Aan de Engelse kust wordt deze echter veel gebruikt op plekken waar veel mist voor komt. Dit zijn meestal verkenningstonnen.

Met alleen betonning kom je nog nergens. De waterkaart is een onmisbare aanvulling. Dan kun je zien of je echt tussen de tonnen door moet of er ook buitenlangs kan. Vaak kun je de grote tonnen wel met een korreltje zout nemen, terwijl je staakjes juist niet mag negeren. Op het Wad (en Waddenhavens, met name Ameland, Juist en Langeoog) is het dan ook van belang om om de staakjes heen te varen.

Zie ook