Masttrim

Uit EurosWiki
Versie door Har (overleg | bijdragen) op 21 sep 2010 om 17:35
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Masttrim is het trimmen van de mast. Bij Euros gebeurt het trimmen van de mast eigenlijk alleen aan het begin van het seizoen (of soms zelfs dan niet). Bij wedstrijdboten wordt er afhankelijk van de weersomstandigheden kleine aanpassingen aan de masttrim gemaakt. Deze trimaanpassingen zijn echter vaak klasse specifiek en vereisen nogal wat experimenteren om het optimum eruit te halen. Deze handleiding is echter bedoeld als een algemene omschrijving waarmee een redelijke basistrim verkregen kan worden voor fractioneel getuigde masten met gepeilde zalingen. Dat geldt dus voor Jonkie, Waterratten, E22's en Jaffa.

Stap 1: Uitgangssituatie

Zet de mast op de boot met de stagen iets losser dan handvast. Als er teveel spanning op de stagen staat gaat het verstellen moeizaam en gaat het mastprofiel buigen voordat het netjes recht staat. Daardoor wordt het heel moeilijk te zien of de mast netjes recht staat.

Stap 2: Masthelling

De masthelling heeft invloed op de balans van de boot. Als de mast verder achterover helt verplaatst het zeilpunt naar achter en wordt de boot loefgieriger, en als de mast rechter op staat wordt de boot minder loefgierig. Hiermee kan de balans van de boot dus aangepast worden. Let wel op! Het gaat hierbij om de balans als de boot rechtop vaart en/of weinig snelheid heeft. Zodra de boot helling maakt zorgt een veel sterker mechanisme ervoor dat de boot loefgierig wordt. Je kan dus niet voorkomen dat een waterrat uit het roer loopt door de mast voorover te zetten. Zowiezo moet de mast nooit voorover hellen, maar hooguit rechtop staan. Masthelling regel je met de lengte van de voorstag.

Stap 3: Topwant stellen

Zet met het topwant de mast netjes rechtop (in de dwarsrichting) in de boot. Dit kan je controleren door met de grootval of met een (stalen) meetlint te meten naar 2 punten op de boot aan weerszijden van de mast waarvan je zeker bent dat ze aan beide kanten op dezelfde afstand van de mast zitten. Dit kan varieren van de hoeken van de spiegel tot de wantputtingen of 2 scepterpotten. Let hierbij goed op dat er geen spanning op het hoofdwant staat, anders buigt de mast krom en klopt je meting niet meer. Als je tevreden bent over de positie van de mast kan je het topwant op spanning gaan draaien. Draai het om te beginnen enkele halve slagen strakker dan handvast. (Er is meestal niet genoeg ruimte om een wantspanner in 1 keer een hele slag te draaien. Het is daarom handig om in halve slagen te tellen zodat je verwarring voorkomt.)

Stap 4: Hoofdwant stellen

Draai het hoofdwant aan tot enkele halve slagen strakker dan handvast. Let hierbij goed op dat je de wantspanners ongeveer evenveel aandraait. Je kan dit controleren door langs de mastgroef omhoog te kijken. Buigt de mast ter hoogte van de zalingen (aangrijpingspunt hoofdwant) naar 1 kant toe, dan moet die wat losser en de andere kant wat strakker.

Stap 5: Definitieve spanning instellen

Het is moeilijk precies aan te geven hoe strak het want moet omdat dit nogal van de boot afhangt. Bij een stijve boot kan de verstaging strakker dan bij een wat minder stijve boot. Er zijn echter een paar indicatoren:

  • In de eerste plaats moet de mast in het midden licht naar voren krommen. Dit heet prebend. De hoeveelheid prebend kan je schatten/meten door de grootval bij de giek tegen de mast te klemmen en de val dan strak te trekken. De afstand tussen de val en de mast is de prebend. De optimale prebend is afhankelijk van hoe de zeilen gesneden zijn en kan bij de zeilmaker opgevraagd worden. De hoeveelheid prebend wordt geregeld met de verhouding tussen de spanning op het topwant en het hoofdwant. Als het midden van de mast naar achter kromt heet dit inversie of een geinverteerde mast. Dit is behoorlijk slecht voor het profiel en dient voorkomen te worden.
  • Als je zeilt hoort het topwant niet van spanning te komen. Gebeurt dit toch, dan staat er te weinig spanning op het topwant. In sommige extreme gevallen, zoals wanneer op Jaffa de achterstag maximaal aangetrokken is kan dit echter toch voorkomen zonder dat dat te verhelpen is.
  • De spanning op het topwant bepaalt ook grotendeels de spanning op de voorstag. Heeft de voorstag dus de neiging om erg door te hangen, dan kan dit verminderd worden door het topwant strakker te zetten. Overigens kan de achterstag aantrekken hier ook bij helpen.
  • De spanning op het hoofdwant kan bepaald worden door tijdens het zeilen langs de mast omhoog te kijken. Buigt de mast in het midden naar loef, dan mag het hoofdwant wat losser. Buigt de mast in het midden naar lij, dan mag het hoofdwant wat strakker. Dat laatste is vaak ook te zien doordat aan lij het hoofdwant er vrij losjes bij bungelt.

Let goed op! Na stap 3 en 4 moet je de wanten altijd aan beide zijden evenveel verstellen. Draai je het hoofdwant aan stuurboord 2 halve slagen strakker, dan moet je dat aan bakboord ook doen. Anders trek je de mast weer krom. Dit klinkt niet meteen logisch; je had toch net het hoofdwant aan stuurboord los zien bungelen toen je over stuurboord voer? Je zal echter zien dat als je nu over bakboord gaat varen dat het hoofdwant dan aan bakboord los bungelt. Dit komt omdat de stijfheid van de mast veel minder invloed heeft dan de spanning op de stagen. De spanning op de loefstagen is dus gelijk over beide boegen (bij dezelfde helling en dezelfde gewichtstrim), en de mast blijft dus niet exact rechtop staan maar buigt steeds iets naar lij.