Handleiding zeilen Jaffa: verschil tussen versies

Uit EurosWiki
Regel 78: Regel 78:
 
Haal de trossen los van de zeerailing en verwijder de slipsteek. Haal de spischoten onder de looplijnen door en leg ze om de schootlieren. Als er nog een fok staat kan de schoot hiervan tijdelijk in de klem naast de lier geplaatst worden.
 
Haal de trossen los van de zeerailing en verwijder de slipsteek. Haal de spischoten onder de looplijnen door en leg ze om de schootlieren. Als er nog een fok staat kan de schoot hiervan tijdelijk in de klem naast de lier geplaatst worden.
 
Haal de boomophouder uit het haakje op de kar en hij de spiboom met de rail en de boomophouder naar de juiste hoogte (ca. 1.5-1.8m). De bek van de spiboom waar straks de schoot in gaat moet aan loef van de voorstag zitten. Vergeet hierbij niet de boomneerhouder goed te vieren!
 
Haal de boomophouder uit het haakje op de kar en hij de spiboom met de rail en de boomophouder naar de juiste hoogte (ca. 1.5-1.8m). De bek van de spiboom waar straks de schoot in gaat moet aan loef van de voorstag zitten. Vergeet hierbij niet de boomneerhouder goed te vieren!
Haak de spizak op het voordek aan lij in de railing en controleer vluchtig of de hoeken niet gedraaid zitten. Maak de schoten aan de schoothoeken vast; rode schoot aan de hoek met het blauwe en witte lijk, rode schoot aan de hoek met het rode en witte lijk. Denk erom dat de loefschoot om de voorstag heen moet lopen. Neem de spival die aan lij uit de mast komt en bevestig deze aan de spi. Als er nog een fok staat moeten de schoten en vallen allemaal achter de fok langs lopen.
+
Haak de spizak op het voordek aan lij in de railing en controleer vluchtig of de hoeken niet gedraaid zitten. Maak de schoten aan de schoothoeken vast; blauwe schoot aan de hoek met het blauwe en witte lijk, rode schoot aan de hoek met het rode en witte lijk. Denk erom dat de loefschoot om de voorstag heen moet lopen. Neem de spival die aan lij uit de mast komt en bevestig deze aan de spi. Als er nog een fok staat moeten de schoten en vallen allemaal achter de fok langs lopen.
Stop de loefschoot in de spiboom en haal vlak voor het hijsen de schoothoek aan de loefschoot naar de spiboom toe ('sneaken') en haal de loefschoot door. Zorg dat de hoek niet gedraaid zit.  
+
Stop de loefschoot in de spiboom en haal vlak voor het hijsen de schoothoek aan de loefschoot naar de spiboom toe ('sneaken') en haal de loefschoot door. Zorg dat de hoek niet gedraaid zit.
  
 
=== Spinnaker hijsen (standaard) ===
 
=== Spinnaker hijsen (standaard) ===

Versie van 28 okt 2011 15:25

Omdat er met het nieuwe tuig een aantal wijzigingen zijn gekomen in de procedures bij het zeilen hijsen/strijken/reven en om ergens een centraal punt te hebben waar deze staan beschreven zodat iedereen ze eens rustig kan bekijken volgen hier een aantal standaardprocedures. Dit is een eerste opzet, dus pas vooral dingen aan en geef feedback op de overlegpagina.

Grootzeil

Grootzeil aanslaan

Verwijder de huik. Het grootzeil zit al aan de mast en de giek en heeft dus weinig voorbereiding nodig. Haal de val van de achterkant en bevestig deze aan de tophoek. Let erop dat de sluiting netjes parallel aan de tophoek staat, en dus niet onder een hoek. Als er voor het hijsen een rif gezet wordt moeten de bindlijntjes losgemaakt worden en de plooien aan bakboord van de giek afgeschoven. Breng de cunningham aan bij het juiste reefoog en trek de smeerreep aan. Let er op dat er geen plooien van het zeil tussen de smeerreep en de giek zitten. Deze moeten allemaal naar bakboord. Trek nu de elastieken van het rif om het zeil en de giek heen. Maak de grootschoot en de overloop klaar voor gebruik.

Grootzeil hijsen

Kies een koers waarbij het grootzeil niet tegen de stagen geblazen wordt (halvewinds of hoger dus). Haal de bindlijntjes los. Vier de grootschoot en de neerhouder. Hijs het grootzeil aan de val bij de mast en haal deze door op het kajuitdak. Let erop dat de smeerrepen genoeg speling hebben en niet ergens blijven haken. Hijs het grootzeil tot bovenaan, of bij een rif tot de betreffende markering door de valstopper bij de lier is (1 streep voor het eerste rif en 2 strepen voor het tweede rif, 3 strepen voor het derde rif). Lieren kan, maar is meestal niet nodig. Haak de cunningham in en trek hiermee het voorlijk op de gewenste spanning. Trim de grootschoot en evt de neerhouder en kies de gewenste koers.

Grootzeil reven

Kies een koers waarbij het grootzeil niet tegen de stagen geblazen wordt (halvewinds of hoger dus). Vier de cunningham een flink stuk (hierbij moet de persoon bij de mast even meehelpen) en klik deze uit. Vier de grootschoot en de neerhouder (hierdoor tilt de gasveer in de ophouder de giek op waardoor je deze niet op hoeft te hijsen met de smeerreep). Vier de val tot de juiste markering bij de lier uit de valstopper steekt (1 streep voor het eerste rif en 2 strepen voor het tweede rif, 3 strepen voor het derde rif) en doe hierna de valstopper weer dicht. Haak de cunningham in het juiste reefoog. Trek de losse zeilflappen naar bakboord en trek de smeerreep aan. Als er geen zeilflappen tussen de smeerreep en de giek zitten en de ophouder de giek goed omhoog duwt is het meestal mogelijk om de smeerreep zonder lieren strak te trekken. Als het laatste stukje moeizaam gaat kan de man bij de mast helpen door te strietsen of kan de lier gebruikt worden. De hoek van het rif hoeft zeker niet strak op de giek te zitten voor een goed resultaat. 10-20 cm erboven werkt ook prima. Trek het voorlijk op de gewenste spanning met de cunningham. Trim de grootschoot en evt de neerhouder en kies de gewenste koers. Trek de elastieken van het rif om het zeil en de giek.

Grootzeil ontreven

Haal de elastieken van het rif los. Kies een koers waarbij het grootzeil niet tegen de stagen geblazen wordt (halvewinds of hoger dus). Vier het grootzeil uit zodat het kilt. Vier de cunningham een flink stuk (hierbij moet de persoon bij de mast even meehelpen) en klik deze uit. Vier de smeerreep. Hijs de val door tot de gewenste hoogte (bovenin of tot 1 van de rifmarkeringen). Als er een ander rif gezet wordt waarvan de smeerreep nog niet aangetrokken is moeten de zeilflappen naar bakboord gehaald worden en de smeerreep aangetrokken zoals hierboven beschreven. Haak de cunningham in het juiste oog en trim hiermee het voorlijk naar wens. Trim de grootschoot en evt de neerhouder en kies de gewenste koers. Indien nodig trek de elastieken van het rif om het zeil en de giek.

Grootzeil strijken

Leg zeilbandjes klaar. Leg de boot op een indewindse koers (de giek hangt dan boven de boot), vier de val en trek tegelijkertijd het grootzeil naar beneden. Trek tegelijkertijd de grootschoot strak en haal de overloop naar 1 kant. Trek aan die kant de lijn van de overloop strak en leg er een slipsteek in zodat de overloop op zijn plaats blijft. Bind het zeil vast om de giek met de bindlijntjes.

Grootzeil opbergen

Zet de grootval op het oogje achterop de giek. Deze fungeert nu als kraanlijn en zorgt ervoor dat de giek niet inzakt als je erop leunt. Als er nog reven in zitten haal dan de elastieken los en vier de smeerrepen. Haal de cunningham los bij het reefoog. Bij het grootzeil opdoeken moet er iemand bij de mast staan die tussen de leuvers het doek om en om naar bakboord en stuurboord trekt. Achteraan staan dan 1 of 2 mensen die deze plooien doortrekken bij het achterlijk en zo het zeil over de giek heen zigzaggen. Zorg ook dat de smeerrepen goed onder de bindlijntjes zitten zodat deze niet in de kuip hangen.

Fokken

Fokken aanslaan

De fokken zitten in de 'bodybags', de langwerpige gele zakken. Deze zijn als volgt herkenbaar:

  • Genua: Gele bodybag zonder markeringen.
  • High Aspect: Gele bodybag met 3 strepen.
  • Werkfok: Gele bodybag met 4 strepen.
  • Genua 4 (oud zeil, optioneel): zwarte bodybag.
  • Stormfok: zit als enige in een gewone zeilzak. Deze bevind zich meestal helemaal voorin de punt achter het schot daar, boven het aanvaringsvak en heeft zijn eigen schoten vastgeknoopt. Daarnaast heeft de stormfok dyneema leuvers om het zeil te bevestigen als de tuffluff stuk gaat of als extra bevestiging als het heel hard waait.

Scheer de fokkeschoten in. Bij de fokken is dit van voor naar achter: door het blok op het voorste railtje, binnen de verstaging door, door het blok op de grote genuarail (optioneel), onder de looplijn door naar het blok op de dekrand en vervolgens onder de looplijn door naar de schootlier. Bij de genua is dit het zelfde alleen wordt het blok op het voorste railtje niet gebruikt en loopt de schoot buiten de verstaging om. Helaas moet je dus om te wisselen tussen de genua en een andere fok of andersom de schoten in hun geheel uitscheren en opnieuw inscheren. De juiste plek voor de genuakarren weet ik zo even niet. De karretjes op de korte railtjes moeten voor de HA op het laatste gaatje staan en voor de werkfok en de stormfok halverwege. Rits de zeilzak een stukje open en haak de karabijn in het stangetje op het boegbeslag (de fok is dan geborgd en kan niet meer geheel overboord raken). Let hierbij op dat het niet gedraaid zit. De open kant van de karabijn moet naar voren wijzen. Bevestig de fokkeschoten aan de schoothoek. Let hierbij op dat de schoten niet om elkaar heen gedraaid zitten. Maak de genuaval vast aan de tophoek. Haal de tophoek van de fok door de prefeeder (geleider met de rollertjes) en dan via de feeder (RVS geleider op het uiteinde van het tuffluff) in de tuffluff. Trek de genuaval strak zodat het zeil niet meer uit de tuffluff kan glijden. Doe het elastiek in het gangboord om het zeil heen zodat het netjes blijft liggen.

Fokken hijsen

Trek de snapshackle van het elastiek los. Hijs de val bij de mast en haal door op het kajuitdak. Aanlieren tot de gewenste voorlijkspanning. Trim de schoot naar wens.

Fokken wisselen

Bij het wisselen van de fok zijn er meerdere aanpakken mogelijk. Welke je kiest is afhankelijk van het eindresultaat: gooi je de oude fok naar binnen, dan kan je beter eerst de nieuwe fok naar buiten halen en de halshoek aanslaan voordat je de oude fok strijkt. Laat je de oude fok aan dek liggen dan kan je deze beter eerst strijken en vastmaken voordat je de nieuwe fok naar buiten haalt. Zorg er altijd voor dat als je de fok losmaakt dat je zo hier zo lang mogelijk mee wacht en dat je van de nieuwe fok zo snel mogelijk de halshoek vastzet. Hiermee maak je het risico dat de fok overboord gaat zo klein mogelijk. Zet de fokkeval ook vast op de preekstoel tussen het losmaken van de oude en het vastmaken van de nieuwe. Je loopt dan minder risico dat deze uit je hand glipt en ergens buiten handbereik naast de boot waait. Voor het aanslaan van de nieuwe fok zie 'fok aanslaan'. De fok strijken werkt als bij 'fok strijken' en de fok hijsen als bij 'fok hijsen'.

Snelle fokwissel

Omdat het tuffluff 2 groeven heeft is het mogelijk om een snelle fokwissel te doen. Hierbij wordt het nieuwe zeil gehesen voordat het oude zeil gestreken wordt. Dit heeft als voordeel dat je niet zonder voorzeil hoeft te varen en wordt vaak bij wedstrijden toegepast. Hierbij zijn er 2 aanpakken: Overgaan van de ene fok naar de andere fok in de overstag of overgaan van de ene fok naar de andere terwijl je over dezelfde boeg blijft varen. Bij de eerste aanpak wordt de schoot aan loefzijde aangelegd zoals moet voor de nieuwe fok en blijft de schoot aan lijzijde liggen voor de oude fok totdat deze gestreken wordt. Bij de tweede aanpak wordt de schoothoek van de huidige fok tijdelijk vastgelegd met een sjorring zodat de schoot losgemaakt, correct ingeschoren en vastgemaakt aan de nieuwe fok kan worden. De nieuwe fok wordt dan aangeslagen en gehesen met behulp van de fractionele spival aan de juiste zijde. Meestal zal dit stuurboord zijn aangezien de tweede groef in de tuffluff aan stuurboord zit. Het is dus het handigst om over bakboord te varen bij een snelle zeilwissel, zeker bij aanpak 1. Zowel voor als na de overstag zal het zeil dat omhoog of omlaag moet dan goed bereikbaar zijn. Gebruik van de tweede set schoten in aanpak 2 zou in theorie ook kunnen maar heeft een aantal complicaties. Er is maar 1 set blokken voor de genuaschoten bij de schootlieren, en de karretjes op de voorste genuarails zijn hebben zulke smalle blokken dat hier maar 1 schoot tegelijk door kan.

Fok strijken

Vier de val en trek het zeil aan het voorlijk naar beneden. Trek tussendoor de rest van het zeil binnen de railing zodat het niet overboord valt. Maak de tophoek met de val vast aan de preekstoel als de fok niet meer gebruikt gaat worden, of scheer de tophoek weer in door de prefeeder en de feeder (zie 'fok aanslaan') en trek de val strak als de fok later weer gehesen gaat worden. Zet het elastiek in het gangboord vast om de fok.

Fokken opbergen

De fokken dienen bij het opdoeken parallel aan het voorlijk opgevouwen te worden. Dit zodat het voorlijk allemaal bij de voorstag ligt bij het hijsen, waardoor het hijsen veel soepeler gaat. Helaas is dit niet de meest intuitieve manier van opvouwen. Er zijn twee belangrijke trucs om het goed te laten gaan: de persoon die bij het voorlijk opdoekt moet het voorlijk goed naar zich toe trekken, en de persoon die bij het achterlijk opdoekt moet de eerste vouw(en) niet in het achterlijk leggen maar in het onderlijk. Probeer bij het opdoeken geen strakke/scherpe vouwen te maken. Dat is niet zo goed voor het doek. Probeer ook het doek niet steeds op dezelfde plekken te vouwen. Bij het opbergen in de zak dient het voorlijk te zitten bij de kant waar de rits open gaat. Op die manier kan bij het aanslaan van de fok eerst de halshoek worden aangeslagen voordat de hele zak wordt opengeritst.


Spinnaker

Bij de spinnaker zijn er vele verschillende manieren van hijsen en strijken. De meeste daarvan worden alleen tijdens wedstrijden gebruikt. Deze zullen kort worden aangestipt, maar de nadruk ligt op de standaardmanoeuvres.

Spiboom aanslaan

Bevestig de spiboom op de rail en bevestig de boomophouder en boomneerhouder. Als er nog gemanoeuvreerd gaat worden met fokken kan het karretje op de rail helemaal naar beneden gereden worden en het uiteinde van de boom op het dek gelegd worden bij de preekstoel. Zorg dat de fokkeschoten over de boom heen gaan en voor de boomophouder langs, en klik de boomophouder aan het zwarte plastic haakje op het spiboomkarretje en trek de boomophouder strak. Het voordek is nu vrij voor eventuele overstagen.

Spischoten aanslaan

De spischoten worden meestal buiten de zeerailing om aangeslagen. De enige uitzondering is als je halvewinds gaat spinnakeren. De loefschoot moet dan binnendoor worden aangeslagen. De rode schoot zit aan bakboord en de blauwe aan stuurboord. De volgorde is in beige gevallen het zelfde: uiteinde vastklikken aan de preekstoel, daarna inscheren door de barberhaulers, de blokken helemaal achteraan op het dek en daarna door de ratelblokken bij de lieren. Let hierbij op dat het schuifje van het ratelbok aan de bovenkant zit. Trek de spischoot goed strak en leg er een slipsteek in, schiet het uiteinde op en bevestig de tros aan de zeerailing.

Spinnaker aanslaan

Haal de trossen los van de zeerailing en verwijder de slipsteek. Haal de spischoten onder de looplijnen door en leg ze om de schootlieren. Als er nog een fok staat kan de schoot hiervan tijdelijk in de klem naast de lier geplaatst worden. Haal de boomophouder uit het haakje op de kar en hij de spiboom met de rail en de boomophouder naar de juiste hoogte (ca. 1.5-1.8m). De bek van de spiboom waar straks de schoot in gaat moet aan loef van de voorstag zitten. Vergeet hierbij niet de boomneerhouder goed te vieren! Haak de spizak op het voordek aan lij in de railing en controleer vluchtig of de hoeken niet gedraaid zitten. Maak de schoten aan de schoothoeken vast; blauwe schoot aan de hoek met het blauwe en witte lijk, rode schoot aan de hoek met het rode en witte lijk. Denk erom dat de loefschoot om de voorstag heen moet lopen. Neem de spival die aan lij uit de mast komt en bevestig deze aan de spi. Als er nog een fok staat moeten de schoten en vallen allemaal achter de fok langs lopen. Stop de loefschoot in de spiboom en haal vlak voor het hijsen de schoothoek aan de loefschoot naar de spiboom toe ('sneaken') en haal de loefschoot door. Zorg dat de hoek niet gedraaid zit.

Spinnaker hijsen (standaard)

Kies afhankelijk van de wind een geschikte koers. Bij weinig wind ongeveer ruime wind en bij meer wind steeds meer voor de wind. Hijs de spi aan de val bij de mast (de spival die bovenin aan lij uit de mast komt, komt onderin aan loef uit de mast) en haal hem door op het kajuitdak. Zodra de spi boven is en de val doorgehaald kan de loefschoot aangetrokken worden tot ongeveer de gewenste stand en met de lijschoot de spi correct getrimd worden. Kies nu de gewenste koers en trim de spi daarop. Let op: Door de positie van de boomneerhouder moet deze uitgevierd worden als de loefschoot aangetrokken wordt en aangetrokken worden als de loefschoot uitgevierd wordt.

Spinnaker hijsen (gybe set/gijp hijs)

Bij de gybe set wordt de spi gehesen in een gijp. Dit wordt meestal gedaan om een goede positie te krijgen na de ronding van de bovenboei in een wedstrijd. De spi wordt aangeslagen aan loef ipv lij en komt na de gijp aan lij te liggen. De spiboom wordt pas gehesen en in de loefschoot gehaakt als de spi al gehesen is.

Spinnaker hijsen (loef hijs)

Dit kan nog wel eens nodig zijn als de spi bij een wedstrijd aan de verkeerde kant gestreken is. In plaats van de schoten en val verplaatsen kan de spi dan ook aan loef gehesen worden. Dit is echter niet een hele soepele manoeuvre en kan dus beter vermeden worden. Om de spi goed om de voorstag heen te krijgen kan deze het beste door de voordekker hier omheen begeleid worden of zelfs als een grote bal om de voorstag heengegooid worden (snel hijsen van de val is in dat geval wel een vereiste!) Net als bij de gybe set wordt de spiboom pas gehesen en in de loefschoot gehaakt als de spi al gehesen is.

Spinnaker gijpen

Bij Jaffa wordt een zogenaamde end-for-end gybe (eind voor eind gijp) gebruikt. Dit houdt in dat het eind van de spiboom dat aan de mast gehaakt zit aan de nieuwe loefschoot komt te zitten en het eind dat aan de oude loefschoot zat op de mast gehaakt wordt. De procedure gaat als volgt: Val af naar een voordewindse koers. Trim de loefschoot zo dat de spiboom ongeveer 45 graden naar voren wijst. Haal de boomneerhouder uit de klem. Gijp nu het grootzeil en gijp tegelijkertijd de spiboom. De spischoot trimmers moeten hierbij goed opletten dat de spi netjes vol blijft staan en dat de nieuwe loefschoot gevierd wordt als dat nodig is om de spiboom goed in te kunnen haken. Kies de gewenste koers, trim de spi daarop en trek de boomneerhouder weer aan. Als de spinnaker bij het gijpen om de voorstag heendraait wil het nog wel eens helpen om gewoon terug te gijpen en de spinnaker opnieuw vol te laten vallen.

Spinnaker strijken (standaard)

Eventueel kan de fok vast gehesen worden. Dit heeft als voordeel dat de spi nog iets beter afgedekt wordt dan alleen door het grootzeil. Het nadeel is dat het moeilijker is om goed bij de spi te komen. Vaar een voordewindse koers. Vier de loefschoot tot de spiboom bijna tegen de voorstag staat. De voordekker pakt nu het onderlijk van de spi. Vier nu de val een flink stuk (4-5 meter) zodat de druk uit de spi verdwijnt en vier de lijschoot zodat de voordekker het onderlijk bij elkaar kan pakken. De voordekker gooit nu de spi door het voorluik naar binnen terwijl de val en de schoten gevierd worden.

Spinnaker strijken (snel/letterbox)

Ondanks dat dit niet een standaard strijk is, is dit toch een methode die ook interessant is als je aan het toeren bent omdat het mogelijk is om met bijna geen voorbereiding heel snel en gecontroleerd de spi weg te halen. Pak tussen de giek en het grootzeil door ('brievenbus') de lijschoot. De voordekker trekt nu de snapshackle van de loefschoot open. De persoon in de kuip trekt nu aan de lijschoot de spi naar zich toe en trekt deze tussen de giek en het grootzeil door de kajuit in terwijl de val gevierd wordt. Helaas heeft slechts een van de twee spischoten een 'quick release' snapshackle die ook onder belasting makkelijk open te krijgen is. Bij de andere kan het dus een stuk meer moeite kosten om deze open te krijgen.

Spinnaker strijken (gybe drop/gijp strijk)

Omgekeerde van de gybe set. Wordt gebruikt als er vlak voor de boeironding nog gegijpt moet worden. De spiboom wordt uitgehaakt en opgeborgen. Vervolgens wordt de boot gegijpt en wordt na/tijdens de gijp de spinnaker aan de nieuwe lijzijde naar beneden getrokken.

Spinnaker strijken (mexican drop)

De mexican is een variant op de gybe drop en deze gaat er vanuit dat de fok al gehesen is voor de strijk. Hierbij wordt de spi op de koers voor de gijp op halvewinds getrimd (spiboom bij de voorstag, lijschoot strak). Vervolgens wordt de spiboom weggehaald en de boot gegijpt en daarna wat opgeloefd. Hierbij wordt de spinnaker in de fok geblazen en kan deze vervolgens aan loef gestreken worden. Een voordeel van deze methode is dat de boeironding al gedaan kan worden voordat de spi helemaal gestreken is zonder dat deze er vandoor dreigt te gaan. Met een kleine fok werkt dit logischerwijs minder goed dan met een genua.

Spinnaker strijken (loefstrijk)

De loefstrijk wordt gebruikt als om de spinnaker aan de juiste kant te strijken om de spinnaker bij de bovenboei aan de juiste kant te hebben liggen. Meestal betekent dat dat je bij de benedenboei over stuurboord vaart en je bij de bovenboei over bakboord wil hijsen. Er wordt een voordewindse koers gevaren en de spinnaker wordt op deze koers getrimd. De spiboom wordt uitgehaakt en opgeborgen. Vervolgens wordt de spi om de voorstag heen getrokken en gestreken. Bij veel wind is dit niet echt goed te doen en moet je eigenlijk zorgen dat je handiger bij de onderboei uitkomt zodat dit niet nodig is.

Spinnaker opruimen

Bij wedstrijden blijft de spi meestal aangeslagen. Leg in dat geval de hoeken van de spi op elkaar zodat ze niet gedraaid zitten en steek deze door het luik naar buiten. Het is hierbij zeer belangrijk dat deze tussen grendels van het luik liggen. Zo komen er geen verkeerde krachten op de scharnieren te staan en wordt het frame niet verbogen. Als dit niet wil moet de spinnaker losgemaakt worden en de hoeken binnen opgehangen, en de schoten en de val aan elkaar aan de railing geklikt. Als de schoten en de val aan de verkeerde kant zitten voor de volgende hijs kunnen deze aan elkaar geklikt en aan de gewenste lijschoot om de voorstag heen getrokken worden. De spiboom wordt met het karretje naar beneden gereden op de mast en naar beneden gelaten met de boomophouder. De boomophouder wordt vervolgens weer vastgeklikt in het zwarte plastic clipje op het karretje. Let erop dat de fokkeschoten over de spiboom en voor de boomophouder langslopen. Anders gaat het fout bij de eerstvolgende overstag.

Spinnaker opdoeken

Volg vanuit een van de schoothoeken het gekleurde lijk naar de tophoek. Zorg ervoor dat eventuele draaien eruit gehaald worden waardoor je in een keer vanuit de schoothoek naar de tophoek kan gaan over het lijk zonder andere lijken tegen te komen. Leg dan de tophoek tegen de schoothoek aan met dezelfde kleuren lijk bij elkaar. Doe hetzelfde nu bij de andere schoothoek. Er zitten nu geen draaien meer in de spi waardoor je niet meteen een spi met een zandloper hijst. Prop de spi in de zak terwijl je de hoeken bij elkaar houdt. Doe als laatste de hoeken in de zak en bind ze bij elkaar of bevestig ze alle 3 los met de 3 daarvoor bedoelde klittebandjes. Let er weer op dat je geen draaien veroorzaakt.

Spinnaker algemeen

Regel 1 van het spinnakeren: gooi nooit de loefschoot los. Als de loefschoot losgegooid wordt waait de spi bij de boot weg waardoor over het algemeen problemen niet opgelost worden en het wordt behoorlijk moeilijk om de spi weer goed onder controle te krijgen. Als je uit het roer loopt vier je eerst de lijschoot, en als dat niet voldoende is (is mogelijk als het hard waait) vier je de val een flink stuk (4-5 meter). Wees hierbij niet bang dat je over de spi heen vaart. Voordat dat gebeurd moet je de val wel heel erg ver gevierd hebben. Een veelgemaakte fout is verder ook dat de spival bij het strijken pas heel laat gevierd wordt. De voordekker wordt daarbij gedwongen om met een sterk klapperende spi te worstelen die ook nog eens vrij ver van het voordek af zit. Zodra de spival gevierd wordt is de druk uit de spi en wordt het voor de voordekker een stuk makkelijker. Als er een koers gevaren wordt waarbij de boot sterk rolt (meestal voordewinds) heeft de spi de neiging om die rol te versterken. Dit kan verminderd worden door de spiboom goed te fixeren met de ophouder en neerhouder en door de barberhauler van de lijschoot goed aan te trekken. Ook helpt het om de loefschoot en lijschoot allebei wat te strak te trekken en daarmee het onderlijk vrij strak te trekken. Een van de simpelste maatregelen is eigenlijk nog om gewoon wat hoger te gaan varen. Je vaart dan iets om, maar gaat meestal ook iets harder. Je moet alleen tussendoor een keer gijpen. Een van de belangrijkere triminzichten bij het spinnakeren is om het verschil te zien tussen wanneer de spi invalt doordat je te hoog vaart of doordat je te laag vaart. Er zit een duidelijk zichtbaar verschil tussen, maar de meeste mensen zien dit niet. Helaas is de remedie voor de twee gevallen compleet omgekeerd. Wat je vaak ziet, zeker met licht weer, is dat mensen bij te laag varen heel hard aan de lijschoot rossen. De spi wordt hierbij helemaal in de luwte van het grootzeil getrokken en valt helemaal in en is dan heel moeilijk weer vol te krijgen. Probeer het dus eens uit (het liefst bij licht weer, want dan is het het duidelijkst) en leer het verschil.

Zeilen algemeen

Reguleerlijntje

In het achterlijk van het grootzeil en de fokken zit een reguleerlijntje. De functie hiervan is om het achterlijk strak te trekken en zo klapperen van het achterlijk tegen te gaan. Doordat Dacron (waarvan onze zeilen gemaakt zijn) nog wel enigszins rekt, heeft het achterlijk van de zeilen de neiging om te gaan klapperen, met name als het flink waait. Hierdoor rekt het doek nog verder en slijt het harder. Door het reguleerlijntje aan te trekken voorkom je dit. Het nadeel is dat het achterlijk wat naar loef buigt ('handje'). Om dit te verminderen kan je bij licht weer het reguleerlijntje weer wat vieren. Het reguleerlijntje van het grootzeil heeft bij elk rif een klemmetje. Deze zijn zo geplaatst dat als je bij een lager gelegen klemmetje aan het lijntje trekt deze uit alle hoger gelegen klemmetjes getrokken wordt. Dat heeft als voordeel dat als iemand met het derde rif bij windkracht 8 daar het reguleerlijntje flink aangerost heeft en je vaart daarna met vol tuig bij windkracht 2 dat je dit toch van beneden af kan vieren. Het nadeel is dat als de wind daarna weer toeneemt je elk volgende rif je het reguleerlijntje weer opnieuw moet stellen. Bij de fokken zit het reguleerlijntje onder een flap met klitteband zodat deze niet ergens achter blijft haken in een overstag.

Zorg voor zeilen

Zie Zorg voor zeilen