Opofferingsmetaal

Uit EurosWiki
Versie door Rjmjeurissen (overleg | bijdragen) op 9 okt 2007 om 01:49
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
The printable version is no longer supported and may have rendering errors. Please update your browser bookmarks and please use the default browser print function instead.
Stukje zink als opofferingsmetaal bevestigd aan de Ebenhaëzer. Deze foto is genomen vlak voor het droogvallen, normaal gesproken zit het onder water.

Alle metalen behalve edelmetalen roesten. Zeker op zout water gaat het oxidatie proces snel. Om dit te voorkomen worden er aan stalen schepen stukjes opofferingsmetaal geplaatst. Deze worden ook wel anode genoemd. Het metaal moet geleidend aan het schip bevestigd worden en moet minder edel zijn dan materiaal van het schip. Het opofferingsmetaal gaat nu roesten in plaats van het schip. Het opofferingsmetaal wordt eens per twee jaar vervangen.

Hier onder staat een lijstje van enkele metalen op volgorde van edel naar onedel met hun elektrodepotentiaal.

Goud
Au3+(aq) + 3e- → Au(s) (elektrodepotentiaal = +1,50 volt)
Zilver;
Ag+(aq) + e- → Ag(s) (elektrodepotentiaal = +0,80 volt)
IJzer
Fe2+(aq) + 2e- → Fe(s) (elektrodepotentiaal = -0,44 volt)
Zink
Zn2+(aq) + 2e- → Zn(s) (elektrodepotentiaal = -0,76 volt)
Aluminium
Al3+(aq) + 3e- → Al(s) (elektrodepotentiaal = -1,67 volt)
Magnesium
Mg2+(aq) + 2e- → Al(s) (elektrodepotentiaal = -2,34 volt)

In de praktijk zal een ijzeren schip vaak een opofferingsmetaal hebben van een legering met zink en/of aluminum.