| Datum: | 24 augustus 2001 - 14 september 2001 |
| Beginpunt: | Roscoff (Frankrijk) |
| Eindpunt: | Amsterdam |
| Bemanning: |
Manus Barten Alice Ruiter (afgestapt in Harwich) Koen Klein Koerkamp Jan Willem Purmer |
Na inkopen gedaan te hebben verlaten we Roscoff, de mist is tijdelijk iets opgetrokken en het waait ook nog! De vreugde is van korte duur want al zeer spoedig neemt de wind af. De stroom doet dat niet en terugspoelen dreigt. Na wat wrikken komt er weer iets wind en met de spinaker bij komen we eindelijk weg uit Roscoff: hoera! Enige tijd later zakt de wind weer in en liggen we, met een bankje onder ons, heen en weer te klotsen op een langzaam deinende en hier en daar licht brekende zee. Ik besluit dat dit het moment is om wat te gaan koken. Op het menu staan spare ribs, aardappels en sla. Bij het opdienen van het eten blijkt dat de rottige zee haar eerste slachtoffers heeft gemaakt. Alice en Jan Willem durven zich uitsluitend aan de aardappelen en de sla te wagen. De spare ribs blijven over voor Koen en mij. Veel missen de anderen er niet aan, de spare ribs blijken nogal smakeloos.
Gedurende de nacht komt er steeds meer wind. Tegen de tijd dat het ochtend is, varen we met flink gereefd zeil aan de wind. Ons doel Guernsey is al niet meer bezeild. Jan Willem komt langzamerhand tot leven. Wanneer de rottige deining zich opbouwt en de wind toeneemt, komt hij in z'n element. Aan de wind varen tegen windkracht 6 is volgens hem het mooiste wat er is. Nou ja, gelukkig kan er nog iemand van genieten. De rest van de bemanning is zeer blij als we rond het middaguur de haven van Guernsey binnenvaren. De havenautoriteiten helpen ons voorbeeldig, de zon schijnt en Jan Willem bakt pannenkoeken: het leven is zo slecht nog niet.
De dag daarna blijkt dat iedereen is ingelingerd. Zeeziekte komt niet voor en de stemming is opperbest. Na enige uren dringt het tot ons door dat we op moeten schieten. We moeten door de race van Alderney, een stroomgat waar de stroom kan oplopen tot wel 8 knopen. Na een aantal uur fanatiek zeilen varen we de race binnen. Het is er nogal rustig omdat we een uurtje voor kentering zitten. Net voordat de stroom draait en onze voortgang kan gaan remmen, zeilen we de haven van Alderney binnen, een mooie en geslaagde tocht achter de rug. We zijn op elkaar ingespeeld en voelen de boot goed aan, we zijn klaar voor het grotere werk.
Dat grotere werk blijft nog even uit. Hoewel we het Kanaal moeten oversteken en dus onze eerste overtocht maken begint de dag erg ontspannen. Onder vol zeil lopen we een lekker vaartje zonder dat het oncomfortabel wordt. Alice is inmiddels snoepverslaafd geworden. Normaal gesproken is ze tijdens het zeezeilen zeeziek en eet ze alleen maar creamcrackers maar nu is ze blijkbaar over haar zeeziekte heen. Onze imposante voorraad franse Haribo`s is het lijdend voorwerp. Na een mooie dag zeilen breekt de avond aan en naderen we het Engelse kustwater the Solent. Bij het aanlopen van the Solent passeren we the Needles, een paar naaldachtige rotsen met een vuurtoren erbij. The Needles laten zich aan ons van hun beste kant zien. Een volle maan licht achter the Needles op en zorgt voor een sprookjesachtige verlichting. De randen van de roten zijn helder verlicht terwijl de rotsen zelf donker afsteken. Een mooiere entree van the Solent is waarschijnlijk niet mogelijk. The Solent is een strook water tussen het Engelse vastenland (voor zover dat vastenland kan zijn) en het eiland Wight. We bezoeken dit gebied omdat het bekend staat als de bakermat van de watersport. Vele zeilraces starten hier en veel Engelsen maken hier kennis met het zeilen. In de dagen erna blijkt de Solent inderdaad wel een soort Friesland te zijn. In plaats van met valken zeilen ze er met 30 voets zeiljachten maar het idee is hetzelfde, lekker bootje pielen.
Na onze eerste haven Yarmouth brengen we een bezoek aan de beroemdste Engelse watersportplaats Cowes. Cowes is overvol, ongezellig druk en bepaald niet fraai. Maar ja, the Solent bezoeken zonder Cowes aan te doen, dat kan natuurlijk niet. Na Cowes en Yarmouth wordt het weer tijd voor meer landschap en natuur. We kiezen voor Chichester bay, een getijdenrivier met zand- en grindplaten aan de oostkant van the Solent. De tocht ernaartoe is een belevenis. `'s Ochtends laveren we Cowes uit. Dat klinkt makkelijker dan het is. Veerboten en zeer veel pleziervaart met golven en weinig wind maken dat Cowes ons maar met moeite loslaat. De havenautoriteit verzoekt ons de motor te starten maar als wij antwoorden dat we die niet hebben, mogen we rustig doorvaren Uiteindelijk biedt een gebied met veel moorrings uitkomst. Het aantal boten om ons heen is nog hetzelfde maar ze liggen nu tenminste stil. Eenmaal buiten de haven zijn we precies op tijd voor de start van de powerboat races. Powerboats zijn de drijvende versie van formule 1 bolides. Zij worden bestuurd door, om in Koen z'n woorden te blijven, professionele Sjonnies. Om het geheel af te maken, vliegt er een camera helikopter mee met het veld.
Na de start van dit spektakel aanschouwt te hebben zetten we koers naar Chichester bay. De stroom van 3 knopen helpt ons om lekker op te schieten. Na enige tijd gaat de spinaker erop en dan schieten we helemaal vooruit. Na enige tijd komen we bij een kardinale ton. Dit blijkt een heel speciale ton te zijn. Zowel wij als een oude baas (hebben Engelsen ook Vutters) varen op deze ton af. Nadat wij de ton gepasseerd zijn, komt er opeens een helikopter aan vliegen Het blijkt dat de bewuste ton door het veld powerboats gerond moet worden. Na de derde voorbij vliegende powerboat is onze Vutter met de handen over het hoofd op de kuipvloer gaan zitten terwijl z'n bootje met klapperende zeilen tegen de wind in ligt. Ondertussen komt er nog een 60voets zeiljacht aanvaren wat ook bezig is met een wedstrijdje en de ton van de andere kant moet ronden. Deze derde partij heeft niet alleen voorrang op de powerboats maar neemt die ook. Wij bekijken dit schouwspel vanaf een veilige afstand en amuseren ons er prima mee.
Een half uurtje later worden ook wij genaderd door een wedstrijdveld. Bij ons gaan de gezichten op standje professioneel, we loeven op tot we dezelfde koers hebben als het veld en de spinaker wordt fanatiek getrimd. Het resultaat valt niet tegen, we kunnen de achterste wedstrijdschepen een tijdje lang redelijk volgen. Na enige tijd loopt het veld langzaam uit en kunnen we achterlangs weer afvallen. Eindelijk rust. Op de spinaker gaat het verder. We bewonderen nog een aantal grote zeeschepen en jachtjes die als ware het een danswedstrijd om elkaar heen draaien. Even lijkt het wel een erg intiem dansstuk te worden maar tenslotte wijkt het jachtje. Een uurtje later lopen we dan eindelijk Chichester bay in. Helaas moet vlak voor de riviermonding de spinaker eraf omdat onze vakkundige gijp met spi eindigde met een hoop ritselend doek om de voorstag. Verder verloopt alles keurig en nog voor etenstijd ploft het anker in het water.
De dagen daarna staan in het teken van de zich wijzigende planning. Chichester bay verlaten we in het donker. Ray bay moet geschrapt worden uit het programma. En het alternatief Eastborne doen we vanwege de regen een halve dag langer aan dan gepland. De dagen kenmerken zich door slecht opschieten en teveel regen. Gelukkig helpen de douches en de bios van Eastborne ons over het dode punt.
Pas als we de Engelse zuidkust verlaten en op kunnen loeven naar het noorden, komt de vaart er weer in. In de nacht racen we langs Dover. We melden netjes aan de havenautoriteiten dat we de havenmonding willen oversteken. Er wordt ons gemeld dat we kunnen oversteken. Er zijn geen bijzonderheden. Dat klopt, er varen zoveel ferry's in en uit Dover dat die twee die langskomen als wij net aan het oversteken zijn, duidelijk niet bijzonder zijn. Wij vinden het echter knap druk. Een derde groot schip maakt ons stukje zee tot het meest gezellige van de straat van Dover, een hele eer om voor een dergelijk feestje uitgenodigd te zijn. Dankzij onze hoge snelheid kunnen we echter prima uitwijken zodat het leed snel geleden is. De snelheid blijft hoog en om 6 uur `'s ochtends doen we Ramsgate aan. Ramsgate is een fantastische plaats. Er kunnen dingen die elders niet mogelijk zijn. De hele reis wilden we namelijk al een reparatie aan een zijstag laten uitvoeren. Dit bleek echter nergens mogelijk, overal moesten onderdelen besteld worden of moest er iemand van diep uit het binnenland komen. In Ramsgate lag dat duidelijk anders. Een sympathieke man schut een doosje onderdelen leeg en vist daar twee terminals uit. Zijn commentaar luidt `it`s your lucky day` en we kunnen een uur later een nieuwe stag ophalen. De rest van de bevolking van Ramsgate blijkt minder geniaal. Een jongetje verbuigt het wieltje van zijn ministepje en heeft niet door dat dit stuk speelgoed hiermee onbruikbaar wordt. Hij heeft zelfs niet door dat het stepje wat moeilijk rijdt doordat het achterwiel onder een hoek van 45 graden staat. Pas als zijn iets slimmere en een aantal jaar jongere broertje hem hierop attent maakt, valt het euvel hem op. Het is dan al te laat. Als hij vervolgens het defect aan zijn moeder wil laten zien en ook die blijkt 10 minuten nodig te hebben om het ene verschil te vinden met het nog goede stepje van het broertje te zien, dan is de feestvreugde bij ons niet meer te stoppen. Sowieso hebben we gelachen met het grut uit Ramsgate. Met name Jan Willem die een klein ettertje die met een nep pistool op ons schoot, toeschreeuwde (in het Nederlands): `als je dit nog een keer doet, sla ik je dood`, was een topper.
`s Avonds weer vertrokken met bestemming Pin mill. Over de tocht valt weinig te zeggen. Het regende ontzettend hard en de hele nacht door, het ging idioot hard en we zijn dwars over alle banken in de Thames monding heen geknald. Of dit als spectaculair, krankzinnig of gewoon nat gekarakteriseerd dient te worden, laat ik over aan de lezer. Eenmaal aangekomen in Pin mill breekt de zon door en kunnen we onze kletsnatte kleren te drogen hangen. De dag wordt verder met slapen en lezen doorgebracht. We moeten immers uitrusten voor de volgende uitdaging: kroegbezoek. Dit klinkt makkelijker dan het is. Fiets je in Enschede rustig naar de Oude markt om daar je favoriete café binnen te lopen, in Pin mill moet je meer moeite doen. Met vier man in de miniatuur bijboot peddelen we naar de kant. Al spoedig loopt het gepeddel vast op de modderige oever van de Orwell. Tijd dus om uit het bootje te stappen. De modder die al snel tot kruishoogte oprukt, zuigt je vast. Telkens verplaatsen we de bijboot een meter, trekken we ons aan de boot uit de modder en verplaatsen onszelf vervolgens dezelfde meter. Na enige tijd kunnen we zelfstandig (zonder bootje) door de modder waden en als na tien minuten modderen een stenen dammetje wordt bereikt is de stemming euforisch. Bij de kroeg blijkt het uit de Euros overlevering stammende kraantje nog te bestaan zodat we schoon de kroeg in kunnen. Na een gezellige avond keren we bootwaarts. Het is inmiddels hoogwater zodat een nieuw blubberbad ons bespaard blijft.
Voor Alice zit de vakantie er alweer bijna op. De laatste tocht voor Alice gaat naar Harwich. Samen met Jan Willem besluit ik een dag te gaan wandelen. Wij gaan te voet naar Harwich terwijl Koen en Alice Lichtekooi daar naar toe varen. We hebben een prachtige wandeling, liggen een uurtje lekker te slapen op een hooibaal en roken een sigaartje in een passerende pub. Bij aankomst in Harwich blijkt Alice waardig te zijn geworden voor Lichtekooi (Doordraijer krijgt ze er gratis bij). Na een dag lang alle opdrachten van Koen voorbeeldig uitgevoerd te hebben, zag Alice eindelijk het licht: als je met waardigen aan boord kunt varen dan kun je het zonder zeker! We kunnen haar nu veilig op de veerboot zetten en dit doen we de volgende dag dan ook.
We blijven een dagje liggen vanwege een nogal beroerde weersverwachting (uiteindelijk bleek inderdaad de verwachting beroerd te zijn en niet zozeer het weer). Ik ontdek in het toiletgebouw een heus ligbad en kom daar een groot gedeelte van de dag niet meer uit. Met een prima leesboek lig ik te genieten van het warme en zoete water. Ik ben bereid de weersvoorspellers hun fout te vergeven. Als we `s ochtends opnieuw een weerbericht met voorspelling 8 bij de havenmeester ophalen, hebben we er genoeg van. Het is prachtig weer dus we vinden dat we best kunnen gaan varen. Het wordt een mooie tocht naar Woodbridge. De wind neemt toe tot windkracht 7 maar dat kunnen we onder de hoge wal prima hebben.
Om acht uur gaat de wekker. Van varen kan niks terechtkomen. Een kleine misrekening met het getij leidt ertoe dat we een halve dag langer in Woodbridge moeten blijven liggen. We doden de tijd door te winkelen. Ondanks het feit dat we met drie heren zijn, houden we dit uren vol. Het resultaat is dan ook groots, een echt tapijt voor aan boord. In de namiddag vertrekken we. Terwijl Koen en Jan Willem de river Deben afvaren, zorg ik voor een maaltijd. Als we Lichtekooi afmeren op een moorring is het eten ook net klaar. Een fles whisky en een doos sigaren maken de avond compleet.
Na de river Deben wacht de river Ore nog op ons. De harde wind wordt langzaam minder. We komen nog met een lekker windje de Ore op maar `s avonds is er bijna geen wind meer. Dat is erg vervelend want het is de hoogste tijd om aan de terugtocht naar Nederland te beginnen. In het donker spoelen we de Ore uit. Navigeren heeft niet veel zin want onze snelheid door het water is minimaal. De stroom sleurt ons naar buiten. Na een spannend uurtje zitten we op zee, de overtocht naar Nederland kan beginnen. Eerst is de voortgang nog minimaal maar na enige tijd komt er meer wind. `s Ochtends is er genoeg wind om de spinaker vol te houden op de roerige zee. Na een aantal uur is de wind dermate toegenomen dat we de spinaker moeten strijken. Nog een paar uur later moet ook de Genua eraf en uiteindelijk lopen we `s avonds met een Soling en een dubbel rif de haven van IJmuiden: binnen. Voor mij is het dan precies zes weken geleden dat ik vertrok naar de Azoren. Het oproepen van de havendienst IJmuiden: met `IJmuiden: , dit is zeiljacht Lichtekooi`, is een mooi moment. Een half uur later liggen we voor de kant. De wind begint nu echt toe te nemen. We zijn op het juiste moment binnen. De boot van mijn ouders die ons naar Amsterdam zal slepen, ligt al te wachten. Mijn moeder, broertje Otto, Pieter en Dorine vormen het welkomstcomité Terwijl de harde wind over ons heen blaast lopen we naar de warme en droge boot van m`n ouders. Een havenbiertje staat al te wachten. En hoewel er dan nog een borrel in Amsterdam en een tocht naar Friesland op ons, zit het Azorenproject, erop.