Etappe 1

Datum: 23 juni 2001 - 11 juli 2001
Beginpunt: Blankenberge (België)
Eindpunt: Porto (Portugal)
Bemanning: Paul Klaarwater
Harmen Lelivelt
Erwin Wessels
Marc Gorter (in Roscoff afgestapt)
Louis du Rieu (in Roscoff aan boord gekomen)

Verslag (geschreven door Harmen Lelivelt)

Zaterdag 23 juni 2001
In een volgepakte auto vertrekken we van Enschede naar het Belgische Blankenberge. Schipper Paul Klaarwater, Erwin Wessels en Marc Gorter zullen de komende tijd mijn reisgenoten zijn. Erwin Bruinsma, die zelf de derde etappe van het Azorenproject vaart, gaat mee om de auto terug te rijden. De reis verloopt voorspoedig en 's middags stappen we aan boord van Lichtekooi, ons zeiljacht. Lichtekooi wordt volgeladen met proviand en zo'n 60 flessen spiritus om mee te kunnen koken gedurende de twaalf weken dat Lichtekooi weg is.

 De bemanning, v.l.n.r. Harmen Lelivelt, Erwin Wessels, Paul Klaarwater en Marc Gorter, foto: Erwin Bruinsma

Erwin Bruinsma maakt nog een aantal foto's, wenst ons een goede reis en vertrekt. We ruimen het schip verder in en zoeken de kaarten uit voor de eerste tocht naar Cherbourg in Normandië. Bij het opzetten van een soepje verandert de orego, ons kooktoestel, in een vlammenzee. Paul en Erwin proberen de vlammen te blussen met natte doeken. Het vuur laat zich bedwingen en Lichtekooi komt er slechts licht geblakerd vanaf. Er is geen paniek aan boord geweest en dit geeft me vertrouwen in deze bemanning.

Zondag 24 juni 2001
Om 9 uur 's ochtends gooien we los, wrikken we de boot om en hijsen de zeilen. Een motor hebben we niet dus zijn we volledig aangewezen op wind en stroom. Gelukkig hebben we nog een wrikriem voor het manouveren in de havens, een grote roeispaan waarmee je al 'wrikkend' je boot op spierkracht kan voortbewegen.

We houden een wachtschema aan van vier uur op vier uur af en om de twee uur een wissel. Zelf heb ik wacht van 10:00 tot 14:00, van 18:00 tot 22:00 en van 02:00 tot 6:00.

Als we 's middags de Belgisch-Franse kust bereiken zet ik het oventje op de orego en bak een aantal stokbroodjes met kaas en uien. De reis verloopt rustig en we zeilen op een licht zeewindje dicht onder de kust.

Maandag 25 juni 2001
Midden in de nacht word ik wakker. We zijn bij Calais waar het druk is met scheepvaart en de grote veerboten naar Engeland af en aan varen. Paul heeft de havenautoriteiten opgeroepen met de mededeling dat Lichtekooi met weinig vaart door het water richting de vaargeul spoelt. Er staat weinig wind en Lichtekooi kan onmogelijk stroom doodzeilen. De Franse autoriteiten begrijpen of willen ons niet begrijpen. "Ne pas de moteur, ne pas de vitesse", herhaalt Paul over de marifoon. De havendienst wil ons verbieden de geul in te varen, maar dit is uiteraard onmogelijk. Na enige tijd worden we naar kanaal 16 verwezen. We spoelen verder. Paul gijpt nog voor drie grote schepen en als ik aan wacht kom, zijn we de vaargeul alweer door.

's Ochtends verlaten we de kust en zetten we koers naar Cherbourg. De wind is gunstig en het weer is zonnig en warm. Met een noordoost 3 beaufort en de spinnaker erop schiet het lekker op.

Dinsdag 26 juni 2001
Om zes uur zit mijn wacht erop en met een letterlijk stralende zonsopkomst, de mooiste van de hele reis, draag ik mijn wacht over aan Paul. Aan het eind van mijn volgende wacht passeren we de nul meridiaan en we bieden Neptunus een kopje thee aan op het goede verblijf op het westelijk halfrond.

De BBC 4 voorspelt dat de wind naar het zuidwesten zal gaan draaien en we besluiten wat meer naar het zuiden te varen om zo Cherbourg bezeild te krijgen. De wind draait echter naar het noordwesten en trekt aan tot windkracht 5. We moeten nu kruisen rond Normandië. De stroming rond Cherbourg is erg sterk en we kunnen alleen rond de kentering met laagwater binnen lopen anders worden we voorbij de haven gespoeld. Toch hebben we verder geen keus. Andere havens zijn er weinig of vallen droog met laagwater.

Enigszins brak van het stampen van Lichtekooi kom ik aan wacht. Paul:'Over een uur en twintig minuten moeten we overstag en dan halen we Cherbourg net. Nog niet helemaal wakker en fit versta ik iets van: '... over twintig mijl overstag'. "Twintig mijl, vijf knopen....is vier uur. Nog vier uur, dus tijd zat." Ik besluit eerst maar wat uit te rusten in de kuip.

Paul steekt z'n hoofd uit het luik. "Je had al lang overstag gemoeten". Shit, te ver doorgezeild, als we het nu maar halen. We gaan overstag, de wind begint te krimpen en we zeilen halve wind naar Cherbourg. Zo snel mogelijk onder de kust komen voordat het begint te stromen. Onder de kust is het ondieper en is de stroom ook minder. Tegen het vallen van de avond zijn we vlak onder de kust ten oosten van Cherbourg, maar de stroom begint al aardig hard naar het oosten te stromen. Om minder last te hebben van de stroom duiken we de baai ten oosten van het bakboord havenhoofd in. We gaan overstag en zeilen in het pikkedonker langs een rotspartij die onderwater ligt. Op de rotspartij staat een oostkardinaal, maar deze is onverlicht. Opeens neemt onze snelheid toe van 4 naar 5.2 naar 5.7 knopen over de grond. Een gunstige neer (tegenstroom) sleurt ons langs de rotsen. Tegen het licht van de stad zie ik een baken. Het topteken is slecht te zien. Was het de oostkardinaal? Nog tweehonderd meter tot de havenhoofden, als we ertussendoor zijn spoelen we zo naar binnen. De haveningang is echter niet bezeild. "Wat maken we voor koers?". "150 graden over de ene boeg en 330 graden over de andere". Door de sterke stroom zijn onze slagen uiterst ongunstig, we schieten effectief geen meter op. We hebben geen keus dan door te gaan met kruisen tot de stroom weer wat afneemt. Erg frustrerend met de havenhoofden zo dichtbij. Eindelijk om kwart over twee 's nachts zeilen we de haven binnen. Een half uur eerder ben ik doodmoe in m'n kooi gaan liggen. Maar om drie uur 's nachts word ik wakker:"Harmen, een havenbiertje, we zijn er."

Woensdag 27 juni 2001
Wat boodschappen gedaan in Cherbourg, de boel gelucht en een ijsje gegeten. Paul heeft nieuwe bouten gekocht voor de windvaan van de zelfstuurinrichting. Op de windvaan heeft hij Sigmund geschilderd (naar de strip). Volgens Paul is de zelfstuur net als een goede psychiater: "Hij kost veel tijd en geld en levert weinig op". Het is maar de vraag of we hem aan de praat kunnen krijgen.

Lichtekooi ligt aan de passantensteiger tussen de voornamelijk Engelse en Nederlandse jachten waar Lichtekooi met gemak vier keer in past. De stemming in de haven is enigszins bedrukt. Depressie na depressie komt aanzetten over de Atlantische oceaan. Veel mensen willen naar de westelijker gelegen kanaaleilanden. Maar de voorspelde 5 à 6 uit het zuidwesten samen met de sterke stroom veroorzaakt een oncomfortabele zee en veel mensen besluiten de haven niet te verlaten.

Nederlandse vrouw neerkijkend van haar teakhouten dek: "Zozo met z'n vieren in zo'n klein jachtje, is dat niet krap? Mijn man en ik vinden op ons jacht af en toe al krap." Paul antwoordt: "Wij zitten ook niet het hele jaar bij elkaar." "Jullie vertrekken morgen alweer. Het wordt wel windkracht 6 hoor". Paul: "Nou dat worden dan 2 riffen".

Donderdag 28 juni 2001
Om zes uur 's ochtends varen we uit richting Brest. Er waait een stevige west 5 die later zal draaien naar het zuidwesten zodat Brest pal in de wind ligt. Ik lig in m'n kooi als het schip stampt en rolt. Een grote golf tilt Lichtekooi op en smakt haar met een grote klap terug in de golven. Ik wordt bedolven onder de lading toch wel zware boeken die aan boord is. Als even later een golf naar binnen slaat en ondanks de zeezeilhoezen mijn voeteneind nat maakt is de lol er een beetje af. Ik wissel mijn wacht met Paul, trek zo goed als het kan op dit stampende schip mijn zeilpak aan. Bleek en moe hijs ik me door het luik naar buiten naar de gelukkig wat frissere lucht. Paul is echter in een beter humeur; "De race of Alderney was bezeild dus die heb ik maar genomen, met 8.7 knopen over de grond schoot het wel op". Dit verklaart in ieder geval het hevig stampen van Lichtekooi.

De wind trekt wat aan als ik met Erwin aan wacht zit. De scepterpaaltjes blijven lange tijd onderwater en we besluiten tot een rif. "Erwin ik ga een rif zetten, hou jij de boot aan de wind?" Eens kijken, het eerste rif...Ik heb nog niet eerder een rif gezet op Lichtekooi maar na enig zoeken vind ik een kikker op de giek met een 1 hierop. Dit zal de smeerreep van het eerste rif wel zijn. Kraanlijn aan, schoot los, val los, haak in het oog... Opeens bevind ik met tot aan m'n knieën in het water. Lichtekooi is door de wind gestuurd en de fok die bak staat, duwt haar nog schever. "Fok los!": schreeuw ik. Oké, poging twee. Vervolgens is het oog weer uit de haak geschoten, trekt de val zich klem, blijkt het eerste rif toch het derde, schiet de grootschoot bijna uit de blokken en gaat Lichtekooi nog een keer door de wind. Wat er nog meer fout ging weet ik niet weer maar een beetje pissig op mezelf en Erwin's stuurkunsten keer ik terug naar de kuip. Volgende keer beter.

Als ik even later met Marc aan dek zit is m'n humeur al wat opgeknapt. Er staat nog steeds een rommelige zee met hoge golven als we inmiddels Guernsey bakboord hebben. Grote Jan-van-gents cirkelen over de verlaten zee. Prachtige vogels met pikzwarte vleugeltips en lichtgele koppen. De zee is hun wereld. Ik ga naar binnen, pak de wegwerpcamera, haak m'n lifeline in en kruip het voordek op voor een fotoshoot. Nadat drie overkomende golven mijn broek onder mijn zeilpak hebben doorweekt houd ik het voor gezien. M'n broek krijg ik de komende dagen niet meer droog.

Vrijdag 29 juni 2001
Brest is nog steeds niet bezeild. Als Marc nog zijn trein wil halen moeten we met hoogwater van vannacht Frankrijk aanlopen. We besluiten Brest te laten voor wat het is en zetten koers naar Roscoff aan de Noord-Bretonse kust.

Het is een mooie nacht. Een fel schijnende Venus kondigt de komst van een fel rode zon aan. Tegen de avond komt de Franse kust weer in zicht. Ik lig in m'n kooi als Paul, Erwin en Marc 's nachts Roscoff binnenlopen en Lichtekooi afmeren aan de kademuur.

Zaterdag 30 juni 2001
's Ochtends om een uur of tien. "Française? Non, Hollandaise". Twee Franse douaniers dalen de trap af naar Lichtekooi die inmiddels drooggevallen tegen de kademuur ligt. "Deux persons?"; vraagt een van de douaniers als hij Erwin en Paul ziet. Slaperig steek ik mijn hoofd uit m'n kooi. "Trois persons?" "Non, quatre person."; antwoorden we. Verbaasd kijken de douaniers naar ons kleine jachtje. "En waar is die andere jongen?" "Even naar de wc": antwoord Paul. "Paspoorten en eigendomspapieren graag". We geven onze paspoorten en de vlaggenbrief van Lichtekooi. "Waar komen jullie vandaan?" "Uit Cherbourg". "En daarvoor, uit een andere Franse plaats?" Nee, uit Blankenberge in Belgie". "Aha, en waar gaan jullie heen?" Naar La Coruna". "En daar eindigt de reis?" "Nee, dan gaan we door naar Porto...", de douaniers beginnen steeds verbaasder te kijken, "...en dan naar de Azoren". De douaniers kijken nog eens rond in ons jachtje. "Wat zijn al die blauwe flessen"; wijzend op de zestig flessen spiritus in het achteronder. "Om te koken", antwoordr Paul. Gelukkig gaan de douaniers er verder niet op in maar ze nemen nog wel onze paspoorten en vlaggenbrief mee om op zoek te gaan naar "die andere Nederlander". Als ik even later zelf de kademuur opklim kom ik de douaniers weer tegen. Marc hebben ze niet kunnen vinden; "Too much people". Ik krijg onze papieren terug. "Ne pas de moteur? No engine?"; vraagt een van de douaniers nog voor de zekerheid. Ik antwoord bevestigend en ben eigenlijk best trots op Lichtekooi en het zeezeilen zonder motor.

De zon die schijnt, het is en prachtige dag en Roscoff blikt een fraai Bretons plaatsje. Marc stapt op de trein en Louis de Rieu komt aan voor het tweede deel van de tocht. 's Avonds gaan we uit eten en genieten we van de mosselen en het Bretonse witbier.

Zondag 1 juli 2001
Inkopen gedaan in Roscoff. Onder andere een nieuw drijflicht gekocht en wat vistuig. 's Middags varen we uit voor onze lange tocht naar Spanje. Ik gooi de vislijn overboord. Na enige tijd raakt deze hevig verwikkeld in de loglijn, die ik vergeten ben binnen te halen. Paul kan z'n lol niet op en maakt uitgebreid foto's als ik de vislijn probeer te ontwarren. Als beloning voor het ontwarren vang ik een makreel waar Paul een heerlijk voorgerecht van maakt.

Maandag 2 juli 2001
In dichte mist varen we langs Ile d' Quessant. Het is een uitstekend smokkelweertje. Het enige wat we nog van Frankrijk meekrijgen is het loeien van de brulboeien. Als we vlak langs een aantal vissersboeien varen zien we pas hoe het stroomt. De boeien worden door de stroming bijna onder water gezogen. Als de mist optrekt ligt voor ons in de zon de golf van Biskaje. Dit is het deel van de tocht waar ik toch wel een beetje tegen opkijk.

Dinsdag 3 juli 2001
Zeedierendag op de golf van Biskaje. 's Nachts zijn we in de mist in een windstilte geraakt. Als de zee steeds vlakker trekt is daar ineens een snuivend geluid, en nog eens...De mist trekt op en nu valt het duidelijk te zien. Traag en log glijden de ruggen van een aantal walvissen uit het water. Lichtekooi ligt stil, de zee is vlak en de walvissen vormen een prachtig schouwspel. Als er een vlak achter de boeg opduikt maak ik snel een foto. Nu maar hopen dat ie gelukt is.

Na het ontbijt steekt er weer wat wind op en 's middags speren we met halve wind en 6.5 knopen richting La Coruna. Vlak voor het avondeten zien we de eerste dolfijnen. Ze zwemmen met Lichtekooi mee, duiken onder de kiel en springen voor de boeg uit het water. Na enig tijd gespeeld te hebben, houden ze het voor gezien en verdwijnen weer in de oceaan.

Ik zit met mijn benen over de rand aan de hoge te genieten van de oceaangolven en onze hoge snelheid. Paul heeft wederom een heerlijk avondmaal gekookt en ik besluit tegen beter weten in mijn bord zittend op de rand van de boot op te eten. Alles gaat goed totdat een grote golf de laatste twee happen, koud nat en zout maken. Voor ik ga slapen poets ik m'n tanden in het zoute water van de oceaan. Echt lekker is het niet, maar we moeten water besparen mocht ons verblijf ongepland langer zijn.

Woensdag 4 juli 2001
Misselijk uit m'n kooi gekomen. Koud en ziekjes op wacht gezeten. 's Middags is het weer rustiger en zonnig en herstel ik weer. De vele windstiltes doen onze tocht niet echt opschieten. Er staat een grote deining van een storm die ten noordoosten van ons heeft gewoed. Metershoge golven maar geen wind. Erg frustrerend.

Donderdag 5 juli 2001
Het is volle maan en een mooie nacht. Er is net een licht briesje opgestoken en onder genua zeilen we aan de wind richting Spanje. Er verschijnen twee witte lichten aan de horizon. Af en toe zie je hier wel eens een schip aan de horizon maar er is nu toch iets vreemds aan de hand. Het schip lijkt recht op ons af te komen. Als we z'n beide boordlichten kunnen zien gaat het toplicht aan. Het schip lijkt echter niet van koers te wijken en komt nog steeds recht op ons af. Nu gaat ook ons fellere 25 watt toplicht aan. Ik weet zeker dat hij ons gezien heeft, waarom draait hij niet bij? Opeens draait het schip bij tot we alleen zijn rode bakboordlicht zien en passeert ons aan bakboord. De stille motoren doen vermoeden dat het een marine schip was dat even polshoogte kwam nemen. Maar het blijkt toch raar zo'n nachtelijke ontmoeting op deze lege oceaan.

Vrijdag 6 juli 2001
De gunstige weersvoorspellingen van de BBC laten ons in de steek. Er is westnoordwest 4 à 5 beaufort voorspeld maar een variabele 2 is alles wat er is. Slechts 50 mijl in 24 uur. Geen best daggemiddelde. Ik begin me serieus af te vragen of ik m'n vliegtuig in Porto wel ga halen. De planning was al krap. Lichtekooi lag nog in België toen we vertrokken en niet in Noord-Frankrijk zoals gepland. Mijn vlucht was ook wel erg vroeg gepland, op woensdagochtend i.p.v. donderdag of vrijdag. We hebben onze stop in Ile d'Quessant al overgeslagen en ook in Spanje hebben we weinig speling meer voor onze geplande twee stops. Ik ben er al met al niet zo gelukkig mee maar we zeilen door, zo goed en zo kwaad als het kan.

's Middags komt Spanje eindelijk in zicht. Hoge rotsachtige kapen waarvan de toppen in wolken zijn gehuld. Het is nog wel even een stuk zeilen nar La Coruna, maar de golf hebben we overleefd.

Zaterdag 7 juli 2001
Vanochtend op half zes zijn we aangekomen in La Coruna. We hebben uitgeslapen tot elf uur, heerlijk gedoucht en daarna met de oceaandeining nog in onze benen door de stad geslenterd. Maar m'n eerste keer in Spanje blijkt van korte duur want om vier uur 's middags na tien en een halfuur Spanje gooien we weer los op weg naar onze volgende stop in Ria Arosa. Begeleid door een groep vrolijk zwemmende dolfijnen varen we La Coruna uit.

Als Paul later over zijn ontmoeting met een aantal Nederlanders in de haven vertelt liggen we beiden dubbel. Slechts drie dagen hadden ze erover gedaan, waarvan een dag gemotord. Hun jacht was minstens vijf keer zo groot als Lichtekooi."Willen jullie misschien een biertje komen drinken?" "Nee sorry, we zijn vanochtend na vijf dagen met weinig wind en zonder motor aangekomen. We hebben nu haast en moeten nog een vliegtuig in Portugal halen, maar bedankt voor het aanbod."

Zondag 8 juli
De verjaardag van Lichtekooi. Twintig jaar geleden op het uur af werd Lichtekooi te watergelaten. Gebouwd door Euros naar een ontwerp van Wiebe Draijer zeilt Lichtekooi vandaag op haar twintigste verjaardag het meest zuidelijke puntje voorbij waar ze ooit is geweest. Paul bakt een verjaardagscake en als we later Kaap Finisterre, het meest westelijke puntje van het Europese vasteland ronden is het feest compleet.

De tocht langs de Spaanse kapen schiet niet op, weinig wind en niet bezeild. De stop in Ria zit er niet meer in en we besluiten dan maar meteen naar Porto door te gaan. Eerst maar een lange slag richting het westen en maar hopen dat de wind gaat ruimen en niet afneemt.

Maandag 9 juli
De wind is inderdaad geruimd en aangetrokken en onder spinnaker zetten we koers naar Porto. Vlak voor het donker gijpen we. De wind trekt nog verder aan en onder vol grootzeil en spinaker surft Lichtekooi tegen haar rompsnelheid op de golven. Het is hard werken aan het roer. Met de achterlijke golven wil Lichtekooi gaan rollen met het risico van plat slaan. Louis en ik zijn echter erg blij met de hoge snelheid die we eindelijk halen en de spinaker blijft erop. Vlak voor ik van wacht ga trekt de wind aan van 5 naar een kleine 6. Met een grote knal schiet de spinakerval ut de klem. Erwin trekt hem gelukkig weer aan. "Kwam ik er per ongeluk tegenaan?" ;vraag ik mezelf af. De spival schiet echter nog paar keer uit de klem zodat op een gegeven moment de spinaker nog maar een meter boven het water hangt. Lichtekooi weet echter van geen ophouden en ragt door. Als ze over de spinaker heen vaart is deze zeker verloren. Ik ben eigenlijk van wacht af maar trek m'n zeilpak over m'n boxershort aan en ga naar buiten om mee te helpen de spinaker binnen te halen. Paul die inmiddels ook wakker is helpt mee en met z'n vieren halen we de spinaker binnen. Alleen al onder grootzeil loopt Lichtekooi 5,7 knopen. Misschien waren we toch iets te ver gegaan.

Dinsdag 10 juli 2001
Iedereen heeft slecht geslapen vannacht. Lichtekooi heeft de hele nacht lopen rollen en het avontuur met de spinaker heeft waarschijnlijk ook bijgedragen aan de slechte nachtrust. Gelukkig is de Porto in zicht en samen met de armoedige Portugese vissersbootjes zeilen we langzaam de rivier de Douro op. Op de noordelijke oever palmbomen en luxe appartementen. Op de zuidelijke steile oever vervallen huizen met open ramen en afgebladderde verf. Het geheel doet bijna Zuid-Amerikaans aan. De stroom om de Douro is inmiddels gekenterd en begint steeds harder naar buiten te stromen. Zeilend komen we er niet meer tegenin en ook wrikken heeft geen zin meer. We spoelen weer naar buiten. Een sleepje van een van de vissers zou ons nog kunnen helpen. Na een aantal mislukte pogingen lukt het een sleepje te krijgen en even later liggen we afgemeerd tussen de Portugese vissers die net de vangst van vanochtend binnenhalen. Net als we onder het genot van een kopje thee onze aankomst willen vieren komt er een vissersboot luid schreeuwend en gebarend naar ons toe. Ze willen ons hier weg maar waar moeten we dan heen? Na veel miscommunicaties met de vissers die ons niet kunnen verstaan en wij hun evenmin blijkt dat ze ons een sleepje stroomopwaarts willen geven. Op de kaart staat geen haven alleen een kademuur waar je je boot kan afmeren. Douchen kan bij het badhuis in de buurt, je water kan je halen in de kroeg en om de accu's op te laden kan je die afgeven bij de douane die de acculaders voor je in het stopcontact doen. Als we de Douro verder opvaren gaat de vergane glorie van de verpauperde huizen en pakhuizen over in de fraaie binnenstad aan de noordelijke oever en kelders waar de port ligt te rijpen aan de zuidelijke oever. We worden door de vissers afgezet midden in de binnenstad onder de enorme gietijzeren brug van Eiffel. Een bedankje slaan ze af en ze keren weer terug naar de vissershaven. Hier liggen we dan na 17 dagen zeilen als enige jachtje hier midden in Porto. Een mooier einde van deze reis had ik me niet kunnen wensen en met pijn in m'n hart verlaat ik Porto de volgende dag.