Handleiding verven en lakken

Uit EurosWiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel geeft een algemene handleiding voor het verven en lakken.

NB: Specifiekere informatie over soorten verven en lakken is te vinden in het artikel: Veel gebruikte verven en lakken

Inhoud

Voorbereiding

Eigenlijk altijd geldt: Verwijder loszittende schilfers, schuur grof rondom die plekken, werk eventuele barsten en deuken bij met plamuur, schuur het gehele werkstuk licht op (P220-P400 oid), en ontvet het goed met aceton. Houdt er rekening mee dat het werkstuk straks dikker wordt als er verf/lak op zit. Plak eventuele randen af met afplaktape, en probeer een plek te vinden waar je het oppervlak dat je wilt lakken/verven horizontaal kan liggen. Hiermee voorkom je druipers. Zorg verder voor goede verlichting op de plek waar je gaat schilderen, zodat je goed kan zien waar je nog niet geweest bent. Op plekken waar kleur niet belangrijk is (onder de waterlijn bijvoorbeeld) kan je hiervoor bij verschillende lagen verschillende kleuren gebruiken.

Kwasten

Haal je kwast voor gebruik een paar maal langs een schuurpapiertje of een schone staalborstel om alle losse haren er zoveel mogelijk uit te halen. Afhankelijk van de kwaliteit van de kwast zal het waarschijnlijk nog steeds af en toe nodig zijn om een haar van je werkstuk te vissen. Dikke lagen schieten sneller op, maar vloeien ook minder uit en geven grotere kans op druipers, zodat het eindresultaat minder strak wordt. Voor een optimaal resultaat kan je het beste een beetje verdunner gebruiken en de verf/lak goed dun uitsmeren om druipers te voorkomen. Kwastaanzetten verdwijnen vanzelf als de lak uitvloeit na verloop van tijd. Geverfde delen na enkele minuten niet meer aanraken. De verf is dan al dikker geworden en je kwastafdruk zal niet meer uitvloeien en dus zichtbaar blijven. Zorg dus dat het meteen goed is, en controleer meteen aan alle randen voor druipers. Strijk bij de randen van je werkstuk altijd de kwast van binnen naar buiten over de randen. Doe je dit andersom, dan druk je een hoop verf uit je kwast en druipt het langs de rand naar beneden.

Roller

Grote oppervlakken kunnen ook met de roller gedaan worden. Lakrollers (schuim) leveren hierbij het beste resultaat, maar lossen helaas op in Pantsercoat (mogelijk ook in DD?). Voor pantsercoat zijn daarom tweecomponentrollers (harige) noodzakelijk. Dit levert een vrij ruw oppervlak op (zie de rompen van de Waterratten onder de waterlijn). Verdunnen helpt hierbij om de verf weer uit te vloeien en levert een minder ruw oppervlak op. Ook hier geldt weer: dun uitsmeren om druipers te voorkomen. Gebruik bij rollers een rollerbak.

De verwerking

De precieze verwerking hangt enigszins af van de huidige staat van het werkstuk. De verschillende mogelijkheden staan hieronder beschreven:

Onbehandeld hout of laminaat

Bij toepassingen onder de waterlijn of bij houtwerk boven de waterlijn dat vaak beschadigt zoals de wrikriem en de helmstok, kan het beste als eerste laag een laag Injecteer Epoxy worden aangebracht. Voor werkstukken die zich binnen bevinden is dit niet nodig. Hierna kan een eerste laag lak worden aangebracht, redelijk verdund met kwastverdunner zodat de lak goed in het hout trekt. (Kijk voor de hoeveelheid kwastverdunner bij de uitleg over het aanmaken.)

Na de eerste laag dienen houten werkstukken licht opgeschuurd te worden met P220 om de houtvezeltjes die omhoog zijn gaan staan te verwijderen. Let hierbij op dat er geen kale plekken in de eerste laag ontstaan. Ontvet (aceton) het werkstuk opnieuw en breng een tweede laag aan, ditmaal met slechts genoeg kwastverdunner om de lak goed uit te laten vloeien.

Hierna houten werkstukken weer licht opschuren om weer een glad werkstuk te krijgen en opnieuw ontvetten met aceton. Nu is het tijd voor de derde laag op dezelfde manier als de tweede laag.

Bekijk het resultaat: is de structuur/het reliëf van het hout nog te zien na de laatste laklaag? Dan is er nog een extra laag nodig. Dat is sowieso aan te raden voor werkstukken die buiten gebruikt gaan worden. Als er niet geschuurd hoeft te worden voor houtvezeltjes (bij laminaat, of houtwerk met een paar lagen lak), kan de volgende laag direct over de huidige laag aangebracht worden. Voorwaarde hiervoor is wel dat het snel genoeg na de vorige laag wordt aangebracht, zie hiervoor de gegevens van de lak/verf. Wacht je te lang of zegt de gebruiksaanwijzing anders, dan moet er weer geschuurd worden (P220 tot P400) en wederom ontvetten met aceton.

Reeds behandeld met ééncomponenten verf/lak

Als het werkstuk behandeld is met ééncomponent verf/lak, moet dit eerst in z'n geheel worden verwijderd. Tweecomponentenlak is namelijk aggressiever dan ééncomponent, waardoor er een kans is dat oude ééncomponent-lagen aangetast worden. Daarnaast zal aanbrengen van de tweecomponentenlak direct op het kale materiaal een betere hechting geven. Oude verflagen zijn vaak vrij makkelijk te verwijderen met een verfföhn en een verfkrabber. Ook bij Pantsercoat is het beter om dit direct op kaal hout/laminaat of over een epoxylaag aan te brengen. Dit geeft de beste hechting, zelfs als er al tweecomponent lak (DD/Redox) op het werkstuk zit, omdat pantsercoat beter hecht dan de lak. Dit is echter niet noodzakelijk, en kan eventueel achterwege gelaten worden als er nog een goede tweecomponenten laklaag op het werkstuk zit. Het eindresultaat is dan wel minder mooi.

Reeds behandeld hout met een tweecomponenten product

Ga bij werkstukken die al zijn behandeld met een tweecomponenten product, zoals Epoxy, DD, Redox of Pantsercoat, als volgt te werk: Als er kale plekken of beschadigingen in het werkstuk zitten, behandel deze dan eerst zoals hieronder. Lak het gehele werkstuk daarna af met één tot drie lagen lak/verf, afhankelijk van de staat van de vorige lagen en het gewenste eindresultaat. Als de lagen voldoende snel aangebracht worden (zie gegevens van de lak/verf) is schuren niet nodig, anders opnieuw opschuren met P220 - P400 en afnemen met Aceton.

Bijwerken van beschadigingen

Als er beschadigingen in de verflaag van het werkstuk zitten, maar de omliggende verf is nog in orde, dan hoeft niet het hele werkstuk te worden geschuurd, ontvet en behandeld maar kan er worden volstaan met het lokaal bijwerken van de beschadigingen. Dit geldt met name voor Jonkie waar de onderliggende en omliggende laklagen vaak nog in uitstekende staat zijn.

Controleer eerst waardoor de beschadigingen ontstaan en ontneem indien mogelijke de oorzaak. Controleer ook of het werkstuk wel goed past, vooral omdat het straks dikker wordt door de verflaag. Schaaf of schuur indien nodig een stukje van het werkstuk af. Voor de bescherming van het plankje is het niet nodig om het gehele werkstuk nog een keer te lakken nadat de beschadigingen bijgewerkt zijn. Als het echter belangrijk is dat het werkstuk erg mooi is afgewerkt, kan er na het bijwerken van de plekjes nog een laatste dunne laag over het gehele werkstuk worden aangebracht. Bedenk dan wel dat dit ook netjes gedaan moet worden om een mooi eindresultaat te verkrijgen: dus geen druipers, ongeverfde plekken of kwastharen!

Bedenk verder dat DD-lak vrij dun is en je daarom niet moet proberen om deuken en krassen op te gaan vullen met DD. Dit leidt slechts tot teveel aanbrengen en daardoor druipers. Opvullen moet gebeuren met plamuur, en bij toepassingen die erg nat worden het liefst plamuur op epoxybasis, zoals epoxy met glassbubbles en/of aerosil (dus geen Polysoft).

Beschadigingen onder de waterlijn

Als er een kale plek is ontstaan onder de waterlijn, of op werkstukken buiten die snel beschadigen, behandel deze dan voor het verven/lakken met Injecteer Epoxy. Zorg er dan wel voor dat het werkstuk voldoende is gedroogd! Hiervoor moet je voldoende van de beschadigde laag weghalen, totdat je ruimschoots op de goede laag zit. Daarna moet het werkstuk drogen, dus binnen in een warmere omgeving. Bedenkt dat de zichtbare laag het snelste droog lijkt, maar de onderliggende lagen nog nat zullen zijn.

Overige beschadigingen

Breng bij overige werkstukken een laag redelijk verdunde verf aan (kijk voor de hoeveelheid kwastverdunner bij de uitleg over het aanmaken). Schuur hout na de eerste laag op met P220. Breng hierna nog 1-3 lagen normaal verdunde lak aan, afhankelijk van de grootte van de plekjes en het gewenste eindresultaat. Als er niet geschuurd hoeft te worden voor houtvezeltjes (bij laminaat, of houtwerk met een paar lagen lak) kan de volgende laag direct over de huidige laag aangebracht worden. Voorwaarde hiervoor is wel dat het snel genoeg na de vorige laag wordt aangebracht, zie hiervoor de gegevens van de lak/verf. Anders moet er wederom geschuurd worden en ontvetten met aceton.

Zie ook

Persoonlijke instellingen